Onze doelgroep.

Wie zijn de mensen voor wie we ons best doen?

Togo behoort tot het kleine groepje van allerarmste en minst ontwikkelde landen (MOL) op aarde. Tomoka’s doelgebied is de Kpékpéta Zone van de extreem arme streek Canton Dawlotu Tutu. Het is een moeilijk bereikbaar gebied op een afstand van ongeveer 150 tot 190 km van Togo’s hoofdstad Lomé. De routekeuze wordt bepaald door de per (regen)seizoen sterk wisselende begaanbaarheid van de toegangswegen.

Tomoka’s Doelgebied, de Zone Kpékpéta , wonen ongeveer 9000-10.000 mensen. Het is één van de 9 Zones van het Canton.  Er worden vier hoofdtalen gesproken. Het Ewé wordt gesproken door de autochtone inwoners die ruim de helft van de bevolking uitmaken. Zij zijn met zijn allen de gemeenschappelijke eigenaars zijn van alle grond en de natuurlijke omgeving. Kabyè en Lamba zijn de voertalen van de allochtone, meestal illegaal gesettelde migranten die uit het Noorden van Togo afkomstig zijn. En het Frans is de officiële (nationale) taal en de onderwijstaal, die ook in het lokale schooltje aangeleerd moet worden. Tot nu toe heeft GuKam er voor kunnen zorgen dat een tolk de communicatie tussen Bestuur en Doelgroepen ondersteunt. Zo wordt gerealiseerd dat de mensen zichzelf kunnen organiseren; o.a. in de vorm van een Dorpsraad, Schoolbestuur, Voetbalclub, Boeren- en Vrouwengroepen. Ook is van belang dat de demonstraties op de in 2010 opgestarte Proef- en Demonstratieboerderij (Plantation Pilote) door alle drie bevolkingsgroepen begrepen kunnen worden.

Razendsnelle ontbossing veranderde het doelgebied in een savanne-achtige hoogvlakte.

Tomoka’s plannen voor bio-energie maken het leven van de vrouwen stukken gezonder en gemakkelijker…en sparen het tropisch woud.

Het land en de vegetatie is communaal bezit van de Ewé-stam die nu nog naar schatting 55% van de bevolking in Kpékpéta uitmaakt. De overige bewoners zijn immigranten van de Kabyè en Lamba-stammen die door armoede gedreven uit het Noorden van Togo zijn gekomen op zoek naar vruchtbaar land. Zij vestigen zich doorgaans illegaal in het Canton – zover mogelijk verwijderd van elkaar en van de kleine gehuchten waarin de meeste Ewé-boeren wonen.

Toutou is het enige dorp dat met recht een dorp genoemd kan worden. Hier resideert het hoogste traditionele gezag in de persoon van Chef Kowou Akuagbi III en zijn Raadslieden. Hij vertegenwoordigt ook de nationale Overheid en de rechtsorde, maar beschikt niet over middelen om enig beleid te voeren.  De snel groeiende immigrantengroepen hadden totdat Tomoka werd opgericht geen enkele inbreng in het Canton. Er was trouwens ook weinig of niets om zich mee bezig te houden.

Een doorsnee gezin van de Kabyè migranten-doelgroep voor hun huis nabij het gehucht Avégamé.

 

Leiders van Groepjes jonge boeren vormen zelf ook een groep – ze worden door Tomoka’s initiatiefnemer dhr Gu-Konu (rechts) getraind.

Ruim 90% van de bevolking in de Kpékpéta Zone bestaat uit kleine boertjes die hoofdzakelijk voor eigen levensbehoeften produceren. Het gemiddeld inkomen van deze zogeheten <subsistence farmers> wordt geschat op F CFA 100 tot 200 (= 15 -30 eurocent) per dag per persoon. Dat is ver beneden de $ 1,50 die als grens geldt voor extreme armoede. Er is bijna geen  moderne gezondheidszorg.  De immigranten moeten het zelfs stellen zonder traditionele genezers omdat traditionele praktijken veelal alleen kunnen bestaan binnen een georganiseerd stam- en clanverband. Totdat Tomoka aantrad, waren de migranten op geen enkele wijze georganiseerd.

Er zijn geen zandwegen die het gehele jaar begaanbaar zijn. Het analfabetisme is hoog. Er zijn geen banen. Er is zelfs geen markt die als zodanig wordt aangeduid. Daarvoor moet men minstens 10km lopen naar Kantikopé of nog verder buiten het eigen gebied. Er is…..gewoon niets. Alleen trucks, 4x4 auto’s en motoren kunnen het gehele jaar door dit gebied bereiken over slecht onderhouden zandweggetjes waarvan er verschillende overstroomd raken tijdens de regenseizoenen. Het gehele Canton lijdt onder een razend snelle ontbossing. Het regenwoud is in 15 jaar nagenoeg geheel veranderd in een Savannegebied waar taai gras alles dreigt te overwoekeren.

Maar de  wel enigszins georganiseerde autochtone Ewe-bevolking zit niet bij de pakken neer. Men beschikt nu in het belangrijkste dorp (Kpékpéta ) bijvoorbeeld over een medische post, voor bv. bevallingen. Deze post is onlangs door de overheid gebouwd, maar zonder elektriciteit en water...  In 2018 kreeg STS een gift voor een solarinstallatie: er is nu licht en er  is een koelkast voor vaccinatie vloeistoffen en antigif!

Ook is er daar  één schooltje dat enigszins is geëquipeerd met schoolbankjes,  leermiddelen en leerkrachten die in sommige gevallen zelfs over onderwijsbevoegdheid beschikken en een klein salaris van de Nationale Overheid ontvangen. Daarnaast heeft de bevolking zelf een vijftal openlucht schooltjes gesticht. Kinderen die het kunnen betalen krijgen onder zo’n afdakje onderwijs van onderwijzers die meestal alleen de lagere school hebben afgemaakt. In het armste gehucht, in de sub-zone Avégamé, was er tot voor kort niet één schoolboek of ander leermiddel. Tomoka is begonnen hierin verbetering te brengen met hulp van onze Stichting: In 2012 is men begonnen met de reconstructie van de school. Het hele dorp, van jong tot oud heeft hieraan meegewerkt: van water dragen voor het maken van de 'bakstenen', het stellen van de palen, het gras snijden voor de dakbedekking tot en met  het 'dakdekken'. Ook hebben de kinderen nu schriften en potloden, en zijn er leerboeken. In nov.2016 werd een echte nieuwe school gebouwd, nadat STS hiervoor een grote gift heeft ontvangen. De school is nu de trots van het dorp!

 

De Medicijnenvoorraad voor de gehele bevolking van Tomoka’s Doelgebied staat hier uitgestald op de tafel van de bevallingskliniek.

Het aantal leerlingen van deze basisschool in het gehucht Avégamé is in twee jaar tijd verdubbeld in de basisschool van Avégamé. 65% van de volwassenen is analfabeet.

 

Nog te weinig mensen beschikken over veilig en voldoende drinkwater. Men drinkt vooral uit poelen water die na de regenseizoenen blijven staan. In de droge tijd zijn die vervuilde plassen vaak opgedroogd. Dat is vooral het geval in de sub-zone Avégamé waar de vrouwen dan water moeten kopen bij de enige waterput die het Projectgebied kent. Het dagelijks halen van een minimale hoeveelheid drinkwater kost een kwart van het daginkomen en gemiddeld 2,5 uur lopen …

Sinds 2012 zijn er nu 4 waterputten gerealiseerd en nr.5,6,7,8 en 9 komen er aan!

Ook is er in het projectgebied geen enkel toilet of voorziening die erop lijkt. Geen wonder dat  de kinder- en kraamvrouwensterfte enorm zijn. Diarree, wormen, malaria en longaandoeningen komen veel voor. Maar de dichtstbijzijnde medische voorziening is in Kpékpéta op 7km.  In Avégamé is intussen de eerste latrine, vlakbij de school, verrezen, dankzij crowdfundingplatform via de 1%club. De 2e latrine wordt nu gebouwd bij de school in Kpékpéta, verder is er alleen een door de overheid gefinancierde latrine bij de medische post.

Door GuKam, Tomoka en STS is een nieuwe dynamiek gecreëerd. De bevolking nam zelf bijvoorbeeld het initiatief om de kinderen van één dorp te laten vaccineren door een team dat van verre moest komen. Ook heeft men een voetbaltoernooi opgezet waardoor de verschillende bevolkingsgroepen voor het eerst vriendschappelijk met elkaar omgaan. Boeren en boerinnen meldden zich spontaan aan op Tomoka’s Demonstratie- en Proefboerderij (Pilot Plantation). Kortom: er is hoop, samenwerking en zelfvertrouwen. Maar het ontbreekt nog aan voldoende middelen om echt op gang te komen…

 

Verbouw en Uitbreiding van de lagere school gebeurt door de bevolking zelf. Hier worden bouwstenen (adobe) gemaakt.

 

Verzorging van jonge Jatropha-plantjes die bio-energie gaan leveren wordt op Tomoka’s Proefboerderij gedemonstreerd voor participanten van de projecten van het landbouwprogramma